4 op de 10 Vlamingen voelen zich soms onveilig, vooral op en rond openbaar vervoer

donderdag, 21 mei 2026 (05:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Meer dan vier op de tien Vlamingen voelen zich minstens af en toe onveilig, zo blijkt uit de Foto van Vlaanderen, een grootschalige online bevraging uitgevoerd in opdracht van VRT door onderzoeksbureau Profacts (representatieve steekproef van 2.261 Vlamingen vanaf 12 jaar). De uitslag nuanceert waar en bij wie die onveiligheidsgevoelens het sterkst leven en wat ze betekenen voor opvattingen over straf en bewapening.

Cijfers en wie zich het meest onveilig voelt
- 7% voelt zich vaak onveilig, 35% af en toe, 32% zelden en 24% nooit.
- Jongeren (18–24) rapporteren de meeste onrust: 52% voelt zich vaak of af en toe onveilig.
- Vrouwen geven vaker aan zich onveilig te voelen dan mannen (46% vs. 38%).

Openbaar vervoer en stations springen eruit als plekken die veel onveiligheid oproepen: 42% voelt zich onveilig in de buurt van een station, 35% is bang om ’s avonds laat het openbaar vervoer te nemen en 32% voelt zich onveilig in het voertuig zelf. Bij jongeren speelt dat nog sterker.

Harde maatregelen en bewaffening: verdeeldheid
De meningen over extreme strafmaatregelen zijn scherp verdeeld. 39% vindt de doodstraf nooit aanvaardbaar, maar evenveel Vlamingen staat er open voor in bepaalde gevallen; 12% zegt dat die altijd mogelijk moet zijn. Mensen die zich onveilig voelen, zijn vaker voorstanders van de doodstraf: onder zij die zich minstens af en toe onveilig voelen, staat 57% open voor de doodstraf, tegen 39% bij wie zich nooit onveilig voelt. Over wapendracht is de meerderheid tegen (78% vindt dat mensen nooit wapens zouden mogen dragen), maar jongeren zijn relatief vaker voorstanders: 29% van 18–24-jarigen vindt dat het soms of altijd zou moeten kunnen.

Waarom deze gevoelens bestaan volgens onderzoeker Floris Liekens
Floris Liekens (VUB) plaatst de resultaten in een breder criminologisch kader. Bij vrouwen speelt de vrees voor seksueel geweld een belangrijke rol; hij verwijst naar de zogenaamde "shadow of sexual assault"‑hypothese: alledaagse confrontaties kunnen door die schaduw als bedreigend worden ervaren. Daarbij gaat het vaak om subtiele, alledaagse ervaringen—een ongewenste blik of aanraking—die angst voeden. Jongeren voelen zich vaker onveilig omdat ze nieuwe levensfases ingaan (alleen wonen, uitgaan) en zo aan andere risico’s worden blootgesteld. Liekens waarschuwt ook voor interpretatieproblemen: onveiligheidsgevoelens liggen op een continuüm en brede surveyvragen kunnen uiteenlopende gemoedstoestanden samenvoegen, waardoor de perceptie van onveiligheid mogelijk wordt overschat ("Onveiligheidsgevoelens zijn geen binaire functie").

Knelpunten en implicaties
Liekens benadrukt dat gevoel van onveiligheid niet per se samenvalt met objectieve gevaarstoenames; factoren als persoonlijke ervaringen, media, sociale omgeving en de inrichting van publieke ruimtes (donkere steegjes, verwaarloosde stations) versterken onzekerheid. De bevindingen onderstrepen waarom veiligheid – en met name de veiligheid in en rond het openbaar vervoer – politiek en maatschappelijk hoog op de agenda blijft, en waarom gevoelens van onveiligheid kunnen leiden tot sterkere steun voor strenge of ontsnappende maatregelen.